EEN STERKE VROUW AAN HET ROER

 

Op haar boerderij in de Akkers overleed op 23 april 1835, Maria Huybrechtsen-Frijters; op een voor die tijd gezegende leeftijd van 79 jaar. Maar behalve haar hoge ouderdom heeft zij in haar leven niet veel zegen gekend. Driemaal weduwe, was zij achtereenvolgens gehuwd geweest met: Jan Cornelissen  Tak, daarna met Jan Christiaansen Vissenberg en tenslotte met Dielis van Zundert. In totaal had zij uit haar drie huwelijken  elf kinderen, waarvan vier jong zijn gestorven en een voorgoed vermist, waarschijnlijk gesneuveld. Maria werd gedoopt te Sprundel op 8 februari 1756 als dochter van Hubertus Willems Frijters en Jacoba Marijnissen de Weert, die op het Vorenseinde een goedlopende boerderij hadden. Ook in het sociale en parochie wezen, waren haar ouders en grootouders erkende figuren. Op 21-jarige leeftijd huwde Maria met Jan Cornelissen Tak, en gingen op een boerderijtje in de Akkers te Sprundel wonen. Vijf jaar later, nog voor hun derde kind werd geboren overleed haar man op 40-jarige leeftijd, op 26 juni 1782. Een paar maanden daarna werd hun zoon Joannes geboren en gedoopt op 8 september 1782. Een moeilijke periode voor de weduwe met haar kleine kinderen, een boerderijtje en midden in de zomer, de oogsttijd. Naast het werk van alle dag op de boerderij, moesten er nog allerlei formaliteiten worden geregeld. Voor de weduwe en haar jonge kinderen moet allereerst een voogd worden aangesteld. Antonius Cornelissen Tak, een broer van haar overleden man werd bereid gevonden voor die taak. Om de rechten van moeder en kinderen veilig te stellen moest op een zo kort mogelijke termijn een inventaris of boedelbeschrijving worden opgemaakt. Dit gebeurde op 10 september 1783, zoon Petrus was toen ook al overleden. Om een idee te geven van zo’n bedrijfje in die jaren, laten we hier een gedeelte van de boedelbeschrijving volgen, zoals getaxeerd door Dingeman de Weert en Adriaan Cas:

- Een leunstoel met zes andere stoelen ……………   2 gulden, 10 stuivers

- Een wieg met toebehoren met een kakstoel ….….   2 gulden

- Een pluimenbed, hoofdpeluw, vier kussens, een

   wollen deken en een paar lakens………………… 18 gulden

- Vijf vrouwenrokken ……………………………..  24 gulden

- Een bruine mansrok, een zwarte carmisool

   en broek …………………………………………  24 gulden

- Een mandje met tien vrouwenmutsen,

   twee witte neusdoeken en een witte das…………  12 gulden

- Het goud en het zilver……………………………  38 gulden

 

In de stal:

- Een zwarte blare koe……………………………. 40 gulden

- Een grijze koe…………………………………… 30 gulden

 

In de schuur:

- De haver en de erwten.……..…………………… 17 gulden

- Het koren……………………………………….. 49 gulden

- Het stro…………………………………………. 23 gulden

- De boekweit……………………………………… 20 gulden

 

De totale inboedel had een waarde van 491 gulden;  de schuld daar tegenover bedroeg 65 gulden en 10 stuivers. De cijfers vergelijkend had het echtpaar waarschijnlijk spaarzaam geleefd. Bij de voogdijbenoeming had Maria beloofd om haar kinderen naar school te sturen om een behoorlijk vak te leren. Tevens werd bepaald dat Maria haar twee overgebleven kinderen op 25 jarige leeftijd, of als zij in het huwelijk zouden treden, voor hun vaderlijk deel, 50 gulden  zou meegeven. Ook werd het zilver, wat vader had toebehoord, te weten zilveren schoen- en broekgespen, en 31 zilveren hemdsknopen (!!) toebedeeld aan de twee kinderen. Dit alles werd vastgelegd voor de schepenbank van Vorenseinde op 10 september 1783.

 

Het tweede  huwelijk van Maria.

 

In een tijd zonder enige sociale voorzieningen kon een weduwe met een paar kleine kinderen onmogelijk rondkomen. Bovendien kon een sterke mannenhand op een boerderij niet gemist worden. Dus hertrouwde Maria op 13 september 1783 met Johannes Christiaansen Vissenberg. Zij bleven wonen op de boerderij in de Akkers, en kregen 7 kinderen. Tijdens haar tweede huwelijk ging het met de boerderij niet slecht, behalve datgene wat Johannes Vissenberg bij het huwelijk had ingebracht, erfde Maria van haar ouders enkele flinke stukken grond,; na de dood van Huybrecht Frijters en Jacoba de Weert, werden op 7 juli 1794 hun bezittingen onder de kinderen verdeeld, en kreeg Maria:

 

  1. Een perceel zaailand, genaamd Den Joris, 3 gemeten.
  2. Twee gemeten bos bij het Moerven aan de Scherpenberg.
  3. Twee gemeten en 150 roeden land, genaamd: De Groote Westvlaanderen en
  4. De voorste helft van De Streek, 400 roeden.

 

Maar ook tegenslagen bleven haar niet gespaard. Het oudste kind uit haar eerste huwelijk: Cornelia, overleed op jonge leeftijd. Zodat alleen zoon Jan uit het eerste huwelijk nog overbleef.  Op 10 april 1797, maakte Johannes Vissenberg zijn testament en benoemde zijn vrouw Maria als enige erfgename. Er werd in bepaald dat, mocht Johannes te komen overlijden, Maria de kinderen als ze 25 jaar oud zouden zijn, ieder 100 gulden zou uitkeren als hun vaderlijk erfdeel. Maria benoemde haar voorzoon Jan Jansen Tak, en haar man Johannes Vissenberg met de kinderen, als gezamenlijke erfgenamen, ieder voor een gelijk deel, mocht zij komen te overlijden. Op dezelfde datum maakte ook de enige overgebleven zoon uit het eerste huwelijk, Jan Jansen Tak, die toen nog pas 15 jaar oud was, zijn testament, en benoemde zijn moeder als enige erfgename. Johannes Christiaansen Vissenberg overleed nog in diezelfde maand april 1797. Weer was Maria in verwachting, nu van het zevende kind van Johannes Vissenberg. Het werd een dochter, Joanna Vissenberg, die op 30 oktober 1797 in Sprundel werd gedoopt.

 

Het derde huwelijk van Maria

 

Van haar acht kinderen, was Johannes uit het eerste huwelijk, de oudste en pas 15 jaar. Hij gold toen misschien al wel voor een volle werkkracht, maar toch zeker nog niet in staat om een flinke boerderij te leiden. Dus was Maria, 43 jaar oud, wel gedwongen een derde huwelijk aan te gaan. Op 30 juni 1799 trouwde Maria met Dielis van Zundert, die 16 jaar jonger was dan zij. Zij bleven op dezelfde boerderij, die stond in de flauwe S-bocht van het Akkerstraatje. Uit dit derde huwelijk werd nog een dochter geboren: Jacoba, die op 25 januari 1801 in Sprundel werd gedoopt.

 

Ondertussen was Nederland een provincie van Frankrijk geworden; Napoleon had heel Europa onder de voet gelopen. Zelfs in de kleinste dorpen werden jonge mannen opgeroepen voor het leger. Maria’s zoon uit het tweede huwelijk: Christiaan Vissenberg, gedoopt op 7 februari 1791, werd op 20 oktober 1811 opgeroepen en ingedeeld bij het vierde regiment, achtste compagnie lansiers (de met lans gewapende cavalerie). Het jaar daarop 1812, stuurde Napoleon een leger van 400.000 man, waarbij ook Christiaan, naar Rusland. Na de slag om Moskou, en de verschrikkelijke terugtocht over de Berezina, keerden slechts 20.000 man terug. Met de vermisten kan van alles gebeurd zijn: 380.000 man ondergedoken, gesneuveld, verhongerd, bevroren, verdronken of krijgsgevangen gemaakt.  Wat er met Christiaan is gebeurd heeft men nooit kunnen achterhalen. En zover na te gaan heeft de familie nooit enig bericht daarover ontvangen. Men beschouwde hem als overleden, want hij werd nooit meer genoemd in latere boedelverdelingen. Op 10 januari 1815, het jaar van de slag bij Waterloo, laat de Burgermeester van Rucphen navraag doen bij de commissaris van het arrondissement te Breda omtrent de zes vermiste jongemannen uit de gemeente waaronder Christiaan. De Burgermeester vermoedde dat de jongens krijgsgevangenen waren gemaakt in Rusland.

 

Op 6 februari 1815 kwam Notaris Petrus van Vught, uit Roosendaal naar Sprundel voor het opmaken van een testament van Maria Frijters, die ziek te bed lag. Al haar roerende en onroerende goederen liet zij na aan haar kinderen uit het eerste, tweede en derde huwelijk. Haar man Dielis van Zundert kreeg enkel het vruchtgebruik zolang hij zou leven. Dochter Joanna kreeg de jaarlijkse rente van driehonderd gulden, haar leven lang, of tot zij in het huwelijk zou treden. Als voogd over de twee nog minderjarige kinderen Catharina (bedoeld was Henrica), en Joanna, werd haar zoon Joannes Tak aangesteld. Wegens zwakheid kon Maria de akte niet ondertekenen. Toch herstelde Maria van haar ziekte en zou nog twintig jaar leven. Notaris Petrus van Vught kwam op 21 januari 1823 wederom aan huis bij de familie. Deze keer was Dielis van Zundert ziek en wilde een testament laten maken. Maria werd algehele erfgename en dochter Jacoba kreeg een deel van de roerende goederen. Dielis overleed op 7 februari 1823. Dochter Jacoba verkocht op 26 september 1823 haar deel van de roerende goederen aan haar moeder voor 200 gulden. In het gelijktijdige testament van Jacoba van Zundert  en Joanna Vissenberg, werd hun moeder Maria Frijters hun enige erfgename. Deze testamenten werden opgemaakt in de herberg van Cornelis Jansen Commissaris.

 

Maria’s laatste levensjaren.  

 

Maria woonde met haar dochters Joanna en Jacoba op de boerderij nummer 112; ook de boerderij nummer 113, daar tegenover gelegen was haar eigendom. Met een notariële akte van 2 november 1825, opgemaakt ten huize van Maria Frijters, kreeg dochter Maria Vissenberg, die was gehuwd met Adriaan van Meer, het volgende eigendom:

 

……” eene stede bestaande in huisinge, schuure en de verdere timmeragie; met werf,hof, boomgaart, dries en huisakker, gelegen in de Akkers (sectie F.620 en 622) .Tevens enkele percelen grond, o.a. Het Koeybos, Overdijke weyde, De grote Westvlaanderen, en het derde part van het schaarbos genaamd het Zwanenbosch……”.

 

De nieuwe eigenaars Adriaan van Meer en zijn vrouw Maria Vissenberg bleven in Etten wonen, en lieten de boerderij bewonen en bewerken door Cornelis van de Riet en Henrica Vissenberg. De zoon van de eigenaars, Adriaan, nam later de boerderij over en ging daar ook wonen. Joannes Tak en zijn vrouw Adriana Sagers woonden in bij Cornelis van de Riet en Henrica Vissenberg. Maria Frijters ging met haar dochter Joanna wonen op de andere boerderij. Dochter Jacoba van Zundert trouwde op 5 februari 1826 met Cornelis Cas, en hadden een boerderij op het Vorenseinde.

Op 14 december 1827 maakte Maria Frijters opnieuw een testament. Deze keer kwam Notaris Gerardus Adr. Backx bij haar aan huis. Hierbij schonk zij haar andere boerderij aan haar zoon Joannes Tak. Deze boerderij (sectie F. 613-614-615) was groot 1 bunder, 70 roeden en 31 ellen. Dochter Joanna kreeg evenals dochter Jacoba enkele percelen grond. En de rest van de nalatenschap mochten al de kinderen onderhands verdelen na het overlijden van Maria. Maria was toen nog goed gezond en zij ondertekende de akte duidelijk met haar naam. De laatste jaren woonde zij in bij haar zoon Joannes en diens vrouw Adriana, die geen kinderen hadden. Ook haar dochter Joanna woonde hierbij in. Maria overleed op 23 april 1835; en haar kinderen gingen op 14 augustus 1835 over tot een publieke verkoping van haar onroerende goederen. Totaal werd er verkocht voor 101 gulden en 45 cent. Een koperen ketel kostte 14 gulden; een klok 15 gulden en 50 cent; beide gekocht door zoon Jan Tak; het spinnenwiel werd verkocht voor 60 cent; een tinnen schotel voor 85 cent; een bed voor 12 gulden. Vrouw Collet kocht het telhout voor 85 cent en de blaaspijp voor 1 gulden en  20 cent. Veel van de goederen werden door de eigen kinderen teruggekocht. Met deze verkoop werd het bewogen leven van Maria Huybrechtsen-Frijters afgesloten. Een leven van een sterke vrouw. Een boerin uit de Akkers, de spil van de boerderij waar alles om draaide. Dochter Joanna Vissenberg werd later opgenomen in het gezin van haar halfzus Jacoba van Zundert. Joanna maakte haar testament op 22 april 1840, waarbij zij haar grond aan Cornelis Cas schonk; daarvoor zou zij haar leven lang in de kost kunnen blijven bij haar zus Jacoba en diens man Cornelis Cas.

 

 

3 G.A. Ru. , oud- archief Rucphen , inv.1115

 

 

 

P. Peeters-Veraart

 

Gemeente-archief Rucphen (G.A. Ru.). Rechterlijk Archief (R.A.) Vorenseinde inv. nr. 10, folio 68 e.v.

 G.A. Ru., oud-archief Rucphen, inv. 1115.

 Streekarchief Zevenberg, Etten Leur, notariaat inv. 11, nr. 232.

G.A. Ru., nieuwsbrief Rucphen, inv. 95.

Gemeentearchief Roosendaal (G.A.R.) notarieelarchief (N.A.), inv. 6952, 6 februari 1815.

G.A.R. N.A. inv. 6960, akte 5.

G.A.R. N.A. inv. 6960, akte 154-155-156.

G.A.R. N.A. inv. 6962, akte 146.

G.A.R. N.A. inv. 7022, akte 127.

G.A.R. N.A. inv. 6972, akte 142.

G.A.R. N.A. inv. 6977, akte 100.

 

Heemkundekring Onder Baronie en Markiezaat Sprundel

Start.HKK Sprundel.Sprundel.Oud inwoners.Verhalen.Foto's.Museum.Jaarboek.Contact.kuierpadjes.Agenda.